Bericht van MaartjeVorige week maandag was ik op het Landelijk Congres der Bestuurskunde in het Koninklijk Instituut voor de Tropen te Amsterdam.
Het congres werd geopend door burgemeester Job Cohen. Hij gaf een prikkelend startsignaal voor verdere verdieping van het thema "Good Governance?". Verschillende benaderingen van ‘goed bestuur' passeerden de revue door bekenden uit het openbaar bestuur, politiek en bedrijfsleven. Zo gaven Hans Dijkstal, Alex Brenninkmeijer, Leo Huberts en Annemarie Jorritsma hun visie op de betekenis van "Good Governance".
Leo Huberts gaf een wetenschappelijke aftrap door de volgende trends en ontwikkelingen in bestuur op te merken:
- meer betrokkenen, in netwerken;
- met en zonder overheid, privaat-publiek;
- met meer lagen (multi-level);
- op meer manieren (regel en wet, markt en concurrentie, middenveld en netwerk, communicatie en imago, enz.).
Kortom, besturen wordt steeds complexer en daarbij moet er ook nog 'goed' bestuurd worden. Samengevat zijn bij "Good Governance" vier criteria van belang:
1. Rechtmatigheid (de wet volgen)
2. Integriteit (moreel deugen)
3. Effectiviteit (iets gedaan krijgen)
4. Democratie (doen wat burgers willen)
Belangrijke vraag die werd opgeworpen was: wie is de hoeder van goed bestuur? Kort gezegd staat de Ombudsman in voor een rechtmatig bestuur, de Rekenkamer voor een effectief bestuur en de politiek voor een democratische bestuur. Maar wie let er op de integriteit van het bestuur, op de elite zélf? Leo Huberts wees erop dat dit Kabinet, maar bijvoorbeeld ook het college van Amsterdam, geen sturingsfilosofie voor haar eigen functioneren heeft. Deze vraag kunnen we ook op onszelf betrekken: wie (binnen de ambtelijke organisatie/BIS) voelt zich verantwoordelijk voor het thema "Good Governance"?
Alex Brenninkmeijer voegde toe dat goed bestuur relationeel bestuur is. De relatie tussen bestuur en burger moet centraal staan. Daarbij is het van belang te bedenken hoeveel een burger van het bestuur kan begrijpen. Om de interface tussen mens en systeem te overbruggen geeft hij het volgende mee: heb direct en persoonlijk contact, gedraag je behoorlijk en geef participatie de ruimte, om uiteindelijk een volwassen en horizontale relatie te hebben. Mensen hoeven vaak niet eens gelijk te krijgen, maar willen wel gehoord en gerespecteerd worden. Een ander element dat hij inbracht was het excuses maken. Burgemeesters Opstelten en Cohen weigerde dat recent, omdat ze binnen de wet gehandeld hadden en ze niet aansprakelijk gesteld wilden worden. Echter, vanuit de relatie bezien kan excuses weer de juiste balans brengen.
Annemarie Jorritsma gaf o.a. aan dat dienstverlening en participatie voor een gemeente van groot belang zijn. We gaan van informeren, naar mee-doen, naar mee-beslissen, waarbij de burger/klant co-ontwikkelaar wordt. De rol van de overheid verandert sterk, doordat de "macht" met andere partijen (niet in de laatste plaats de burgers) gedeeld wordt.
Ad Verbrugge plaatste ten slotte kritische kanttekeningen in een filosofische reflectie. In een tijd waarin de politiek steeds rationeler wordt (veel politieke angels worden verwijderd door onafhankelijk onderzoek of uitplaatsen van overheidsdiensten), is het de kunst om als bestuurder/ambtenaar échte verantwoorlijkheid te nemen.
Kortom, ik heb weer en hoop inspiratie opgedaan en de nodige contacten gelegd voor interessante spreekbeurten tijdens onze BISness Unusuals. Ik wil in elk geval ook kijken of en hoe we het thema "Good Governance" kunnen borgen binnen BIS. Heb je daar ideeen over, laat het me weten! Op de website (
http://www.lbc.nl/) is binnenkort een uitgebreid verslag in woord en beeld beschikbaar.